Bonaire: de kleine onbekende

Bonaire wordt soms gezien als het minst bekende eiland van de ABC-eilanden. Een plek waar vooral duikers naartoe gaan en waar verder weinig te beleven zou zijn. Maar niets is minder waar. Het eiland is ruim anderhalf keer zo groot als Aruba, zonder dat je ooit lang onderweg bent. En juist die combinatie: ruimte, rust en afwisseling, maakt Bonaire zo bijzonder.
Tijdens deze reis ontdekten Jonas & Mink hoe veelzijdig het eiland is. Van ruige kustlijnen en stille wegen tot levendige strandplekken en een onbewoonde eiland. Bonaire verrast, elke dag opnieuw.

Must do’s op Bonaire

Bonaire heeft veel meer te bieden dan alleen snorkelen en duiken. Ook boven water is er genoeg te ontdekken. Dit zijn de activiteiten die voor Jonas & Mink het meest zijn bijgebleven.

Op pad met de auto

Een van de leukste manieren om Bonaire te verkennen is per auto. Het eiland is overzichtelijk, de wegen zijn goed begaanbaar en je hebt alle vrijheid om te stoppen waar je wilt. Vanaf Kralendijk kun je kiezen voor twee iconische routes: het noorden of het zuiden van het eiland. Beide routes nemen ongeveer drie uur in beslag, afhankelijk van hoe vaak je stopt, en dat ga je doen.

De noordelijke route voert langs de Queen’s Highway, het Gotomeer, het dorp Rincon en de ruigere oostkust. Langs de Queen’s Highway vind je enkele van de mooiste snorkel- en duikplekken van Bonaire, zoals 1000 Steps, Karpata en Tolo. Stuk voor stuk plekken waar je zo vanaf de kant het water in kunt om kleurrijke vissen en zeeschildpadden te spotten.

Via de Goto Driving Trail bereik je het Gotomeer, het grootste zoutwatermeer van het eiland en een geliefde plek voor flamingo’s. Hierna kom je aan in Rincon, het oudste dorp van Bonaire.

Tip: Lunchen bij Posada Para Mira voor lokale gerechten zoals geitenstoof of leguanensoep, met uitzicht over het eiland.

De route sluit af langs de ruige oostkust, waar de zee met kracht tegen de rotsen slaat. Uiteindelijk rijd je weer terug richting Kralendijk. Een mooi uitzichtpunt is Seru Largu, wanneer je dit punt wilt bezoeken moet je wel een klein stuk van de route afwijken, maar het uitzicht hiervan is echt fenomenaal.

De zuidelijke route laat een heel ander gezicht van Bonaire zien. Hier rijd je langs de zoutbergen, het Pekelmeer en Lac Bay.
Allereerst kom je langs de hoge zoutbergen, die ontstaan doordat het zout enkele maanden moet drogen voordat het verscheept wordt naar de Verenigde Staten en daar als strooizout op de wegen wordt ingezet. Onderweg passeer je Ocean Oasis, een stijlvolle beachclub aan zee, perfect voor een lunch of drankje met uitzicht op helderblauw water. Bij de Salt Pier valt meteen het contrast op: witte zoutbergen in roze water aan de ene kant, azuurblauwe zee en een imposante pier aan de andere kant. Deze pier wordt enkele keren per jaar gebruikt voor het vervoer van het zout tussen de zoutbergen en het schip. Een fotogenieke plek én geliefd bij jonge zeeschildpadden.

Tip: Neem je snorkel mee en ga op zoek naar schilpadden. Deze plek is zeer geliefd bij jonge schilpadden, voordat ze de oversteek maken naar Klein Bonaire vanwege zijn grote hoeveelheden aan voedsel.

De volgende stop is het Pekelmeer: hét domein van flamingo’s. Regelmatig zie je groepen bij elkaar staan of overvliegen, een typisch Bonaire-moment. Onze route eindigt bij Jibe City aan Lac Bay: het windsurfhart van het eiland. Beginners en gevorderden voelen zich hier direct thuis. Jibe City ligt aan een baai met ontzettend helder water dat maximaal een meter diep is, waar altijd een aanlandige wind aanwezig is. Beginnende windsurfers kunnen bij Jibe City hun allereerste les volgen, wat Jonas iedereen aanraadt. “Het is heerlijk om op een board te staan en de beginselen van windsurfen te leren. Je gaat gelukkig bij de eerste les nog niet zo hard, zodat je ook kunt genieten van het prachtige uitzicht en de ervaren windsurfers, die in totale controle langs je schieten”. Ook zonder te surfen is het een fijne plek om neer te strijken bij de Hangout Bar, met de voeten in het zand.

Op een onbewoond eiland: Klein Bonaire

Op slechts 800 meter van de kust ligt Klein Bonaire, een onbewoond en beschermd eiland. Binnen twintig minuten sta je op No Name Beach, misschien wel het mooiste zandstrand van Bonaire. Er zijn geen voorzieningen, dus neem zelf eten, drinken en snorkelspullen mee. Het onderwaterleven is hier waanzinnig mooi.

Klein Bonaire is bereikbaar per watertaxi vanuit Kralendijk, maar ook per gehuurde sloep. Het voordeel van een sloep? Je bepaalt zelf waar je stopt, snorkelt en ontspant. Spring het water in en zet je snorkel op. Als je klaar bent met snorkelen, haal je je koude drankjes uit de koelbox, pak je wat borrelhapjes erbij en geniet je van het intens mooie blauwe water en het mooie uitzicht op Klein Bonaire. Er zijn hier veel plekken waar je kunt snorkelen, al vonden wij Leonara´s Reef toch het meest indrukwekkende. Bij deze stek vind je soorten koraal en vissen, die verschilden ten opzichte van de snorkelplekken aan de kust.

Let op: Aanleggen met je boot, mag alleen bij de gele boeien om het koraal te beschermen.

Nog meer om te ontdekken

Dit waren de activiteiten die Jonas & Mink het meest zijn bijgebleven, maar Bonaire heeft nog veel meer te bieden. Denk aan:

  • Washington Slagbaai Nationaal Park
  • Drive trails zoals de Onima Driving Trail
  • Diepzeevissen
  • Kajakken door de mangroves
  • Lac Cai
  • Bonaire blijft verrassen: hoe langer je blijft, hoe meer lagen het eiland laat zien.

Ayo Bonaire, te despues. Tot de volgende keer.